Boulimia nervosa

Wat is het?

Boulimia nervosa is een eetstoornis. Het meest kenmerkende van mensen met boulimia zijn hun eetbuien: ze werken een grote hoeveelheid voedsel naar binnen in korte tijd, en tegelijkertijd hebben ze het gevoel geen controle over hun eten te hebben. De stoornis wordt ook wel afgekort tot BN, of boulemie genoemd..

Gaat het over?
Van de mensen met boulimia heeft na ruim een jaar 30% nog steeds boulimia, 35% heeft een andere eetstoornis, en 35% heeft geen eetstoornis meer. Na 5 jaar heeft 15% nog steeds boulimia, 35% een andere eetstoornis, en de helft geen eetstoornis meer. Vrijwel niemand met boulimia krijgt daarna anorexia nervosa.

Hoe vaak komt het voor?
Ongeveer 22.000 mensen in Nederland leden onlangs aan boulimia. Er komen er per jaar ongeveer 2200 bij. Het aantal mensen met boulimia neemt niet toe.
Boulimia komt veel vaker voor dan anorexia. Dat zijn er namelijk 5600 per jaar.

Verschijnselen

Mensen met boulimia nervosa hebben de volgende verschijnselen.

  • Ze hebben terugkerende eetbuiten: iemand werkt in korte tijd (ongeveer 2 uur) een grote hoeveelheid eten naar binnen werkt en heeft het gevoel geen controle meer te hebben over zijn eten.
  • Ze willen het opgegeten voedsel zo snel mogelijk weer kwijt raken. Ze willen namelijk niet dikker worden. Dit doen ze door over te geven (vinger in de keel), te vasten, laxeer- of plasmiddelen te nemen, klysma's te gebruiken, of door heel veel lichaamsbeweging.
  • Zowel het eten als het weer kwijtraken van het eten komt minstens 2keer per week voor, en dat minstens 3 maanden lang.
  • Ze hebben vastomlijnde gedachten over hun lichaamsvormen en gewicht, en zijn daar in hun hoofd veel mee bezig.
  • Als ze tegelijkertijd anorexia nervosa hebben, dan worden ze behandeld als anorexia-patiënt, en niet als boulimia-patiënt.

 

Oorzaken

Over oorzaken van boulimia nervosa valt nog weinig te zeggen. Wel zijn extra risico's bekend. Dat wil zeggen: mensen lopen meer risico in onderstaande gevallen. De extra risico's hebben te maken met geslacht en leeftijd, met individuele kwetsbaarheid, met de omgeving, en met levensgebeurtenissen.

Geslacht en leeftijd

  • 90-95% van de mensen boulimia is vrouw.
  • Het komt vooral bij jonge vrouwen: van elke 1000 vrouwen tussen 15 en 30 jaar hebben er jaarlijks 15 boulimia.

 

Individuele kwetsbaarheid

  • Voor een deel is het erfelijk. Dit blijkt uit tweelingstudies.
  • Kinderen van ouders met boulimia hebben 4 keer meer kans om boulimia te krijgen. Erfelijkheid speelt een rol, maar ook de omstandigheden in het gezin.
  • Mensen met boulimia hebben vaak een negatief zelfbeeld.
  • Het volgen van een dieet om af te vallen is een extra risico. Al krijgen veel mensen die gewoon lijnen geen eetstoornis.
  • Er zijn geen medische aandoeningen bekend die meer kans op boulimia geven.

 

Omgeving

  • Hoge verwachtingen en problemen van ouders maken de kans op boulimia groter.
  • In steden komt boulimia 5 keer vaker voor dan op het platteland.

 

Levensgebeurtenissen

  • Negatieve jeugdervaringen (mishandeling, verwaarlozing, seksueel misbruik) geven nauwelijks meer kans op boulimia. Ze maken de stoornis ook niet ernstiger. Wel maken ze de kans groter op bijkomende psychische stoornissen.


Diagnose

Het is voor de persoon zelf, maar ook voor een arts lastig om een bipolaire stoornis te herkennen. Zes jaar duurt het gemiddeld voordat de diagnose wordt gesteld (gerekend vanaf de eerste episode). 50% van de mensen wacht langer dan 5 jaar voordat een hulpverlener wordt ingeschakeld.
Bovendien, ze zoeken vaak hulp voor andere problemen. Tijdens een manie voelt iemand zich over het algemeen prima en denkt hij niet dat hij ziek is. De verschijnselen kunnen ook zo mild zijn, dat de persoon zelf en direct betrokkenen niet in de gaten hebben dat er sprake is van een ziekte. Het duurt gemiddeld zes jaar voordat de juiste diagnose wordt gesteld.

Vaak wordt de diagnose uiteindelijk gesteld in een crisissituatie; tijdens een manische periode. Een psychiater kan aan de hand van de verschijnselen vaststellen of iemand een bipolaire stoornis heeft. Ook zijn er diverse vragenlijsten om de diagnose vast te stellen.
Naast een psychiatrisch onderzoek is er ook altijd lichamelijk en bloedonderzoek. Duidelijk moet zijn dat de verschijnselen niet komen door drugs, medicijnen of een lichamelijke ziekte.

In een volgende fase van de diagnose wordt de ernst van de bipolaire stoornis vastgesteld. Ook hier zijn diverse vragenlijsten behulpzaam. Sommige vragenlijsten kunnen mensen zelf invullen.
Het verhaal van de partner en naaste familie is belangrijk om het beeld compleet te maken, vooral als iemand in een hypomane periode zit; maar ook om vast te stellen of de stoornis in de familie voorkomt.

Adviezen voor cliënt

  • Zorg dat u genoeg weet over boulimia nervosa. Zorg er ook voor dat mensen die voor u belangrijk zijn, er genoeg over weten.
  • Soms is er verschil tussen welke behandeling uw behandelaar wil en wat u zelf wil. Overleg hierover met hem.
  • U moet weliswaar zelf uw boulimia aanpakken, maar vrienden, familie en hulpverleners kunnen u daar goed bij helpen: u moet het zelf doen, maar doe het niet alleen. Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa organiseert lotgenotencontact.
  • Neem de tijd om met uw behandelaar, familie en vrienden uit te zoeken hoe om te gaan met boulimia. De ervaring leert dat het niet snel over gaat. Neem de tijd om uit te vinden of, en welk werk haalbaar is, bijvoorbeeld parttime of fulltime, betaald of vrijwillig. Neem niet te veel hooi op uw vork.
  • Veel mensen schrikken van iemand met psychische klachten en reageren afwijzend. Bepaal daarom zelf wat u wel en niet vertelt en aan wie. Vertel oppervlakkige kennissen een beperkte versie en reserveer het complete verhaal voor mensen die dichtbij staan.

 

Adviezen voor familie en betrokkenen

  • Zorg dat u genoeg weet over de boulimia nervosa en de mogelijke gevolgen.
  • De problemen en het bijbehorende gedrag komen voort uit de stoornis, zoals wisselende stemmingen, niet altijd eerlijk zijn over eten. Dat heeft dus zelden met u als familielid of huisgenoot te maken.
  • Vraag waar u iemand wel en niet bij kunt helpen. Soms moet u betrokken zijn, soms is het goed om juist afstand te nemen. Ga mensen met boulimia niet dwingen tot een ander eetpatroon. Het helpt niet en het maakt het wantrouwen en de afstand eerder groter dan kleiner.
  • Ook al heeft iemand in uw omgeving boulimia, dat betekent niet dat u maar alles moet accepteren. Bespreek met de persoon in kwestie waar uw grenzen liggen. Neem niet alles over.
  • Gebruik uw energie om actief aan de slag te gaan en te leren omgaan met de situatie. Bijvoorbeeld door samen met uw familielid een cursus over boulimia of eetstoornissen te volgen.
  • Doe uw eigen dingen, en doe de dingen die plezier en ontspanning geven. Dit voorkomt dat u zelf overbelast raakt. Het leven met iemand met boulimia is vaak al moeilijk genoeg.
  • Zorg ervoor dat u zelf uw hart kunt luchten bij enkele mensen in uw omgeving. Houd ook contact met mensen buiten het gezin.
  • Zoek mensen in vergelijkbare situaties, bijvoorbeeld via Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa of via stichting Labyrint/In Perspectief.

 

Behandelaars moeten de partner en naaste familie betrekken bij de behandeling. Direct betrokkenen kunnen immers veel bijdragen aan een succesvolle behandeling, maar daarvoor is uitleg en begeleiding van de behandelaar nodig.
Het kan wel zijn dat uw familielid weigert dat u betrokken wordt bij de behandeling.

  • Vraag de behandelaar hoe u als familie het beste kunt omgaan met de stoornis van uw partner of familielid.
  • Veel instellingen voor geestelijke gezondheidszorg organiseren voorlichtingsbijeenkomsten of cursussen voor familieleden. Vraag er naar.

 

Meer informatie

 

Uitgebreidere informatie is te vinden in informatie voor professionals, onder andere over:

  • Typen boulimia en onderscheid met anders stoornissen
  • Verloop van de stoornis onder behandelde patiënten, en zaken die het verloop beïnvloeden
  • Samengaan met andere psychische stoornissen
  • Literatuurverwijzingen (van met name wetenschappelijk onderzoek)

 

Elke behandelaar in de geestelijke gezondheidszorg moet werken volgens de Multidisciplinaire Richtlijn Eetstoornissen. De Richtlijn is gemaakt voor professionals.

Andere producten over eetstoornissen? Ga naar www.trimbos.nl/producten, en zoek op Eetstoornissen.

terug naar de ziektebeelden