Bipolaire stoornis

Wat is het?

De bipolaire stoornis heet ook wel manisch-depressieve stoornis.
Bij de bipolaire stoornis wisselt de stemming sterk tussen twee extremen: heel erg uitgelaten of juist heel erg neerslachtig. De periode waarin iemand heel erg uitgelaten of opgewonden is, heet manie of hypomanie. Iemand is overdreven vrolijk, maar kan ook snel boos zijn. Ze houden geen rekening met de consequenties van hun gedrag. Ze hebben het gevoel alles aan te kunnen.
Verschil tussen manie en hypomanie is dat mensen in een manie ook last kunnen hebben van psychotische verschijnselen en van sociale en relationele problemen; bij hypomanie niet.
De periode waarin iemand zeer somber is, heet depressie. Tussen de twee periodes is de stemming vaak normaal. De uitgelaten of prikkelbare periode duurt een paar dagen tot een paar weken. Sommige mensen hebben meer last van depressies, anderen meer van manieën. De variatie in klachten is groot. Per persoon is meestal wel een vast, duidelijk herkenbaar patroon te ontdekken, al is dit vaak pas na verloop van tijd.

De wisselende stemmingen zijn een flinke belemmering voor het doen van de dagelijkse dingen. Ook in de periode tussen manie en depressie in. Dan gaan mensen zich afvragen: Wat heb ik in de vorige periode gedaan? Wanneer komt het weer terug?

Gaat het over?
De stoornis zelf gaat niet over, wel kunnen medicijnen en therapieën de verschijnselen verminderen, of een nieuwe periode helpen voorkomen.
De eerste periode van de bipolaire stoornis is meestal tussen de 15 en 25 jaar. Mannen zijn gemiddel 25; vrouwen 27 jaar. Een episode duurt gemiddeld 3 tot 6 maanden. Manieën zijn meestal korter dan depressies. Er zijn wel grote verschillen tussen de ene persoon en de andere. Waarschijnlijk voelen de meeste mensen zich de helft van het jaar normaal. Of iemand herstelt, hangt af van wat er gebeurd is. Vaak worden relaties beëindigd of is iemand blijvend arbeidsongeschikt.

Ingrijpende levensgebeurtenissen (negatief maar ook positief) hebben vooral invloed op de eerste periode van manie of depressie dan op latere periodes, dus op het begin van de bipolaire stoornis.
Alcohol- en drugsgebruik lokken verschijnselen uit of kunnen die versterken.
Wie het op jeugdige leeftijd krijgt, heeft minder gunstige vooruitzichten.

Hoe vaak komt een bipolaire stoornis voor?
Van alle volwassen Nederlanders tot 65 jaar heeft 1-2% ooit in zijn leven de verschijnselen van een bipolaire stoornis gehad, en 0,5-1% heeft de stoornis in het afgelopen jaar gehad.

Verschijnselen

Manie/hypomanie

  • een extreem uitgelaten stemming
  • overdreven vrolijk zijn
  • prikkelbaar, snel boos zijn
  • opgewonden, geagiteerd zijn
  • ruzies maken
  • minder behoefte aan slaap, 's nachts klaarwakker zijn
  • veel praten, bellen of e-mailen
  • gedachten die alle kanten opschieten
  • niet stil kunnen zitten
  • veel doen, niet kunnen stoppen
  • het gevoel hebben alles aan te kunnen
  • meer zin in seks hebben, tot seksueel ongeremd zijn
  • impulsief dingen doen zonder rekening te houden met nadelige gevolgen, bijvoorbeeld te hard rijden of te veel geld uitgeven

  • Wanen en hallucinaties (niet bij hypomanie)
  • Sociale en relationele problemen (niet bij hypomanie)

 

Depressie

  • een sombere of geïrriteerde stemming
  • lusteloos zijn, nergens zin in hebben
  • minder belangstelling voor werk of hobby's
  • moe of uitgeput zijn
  • geen emoties voelen
  • geen contact met anderen willen
  • weinig of geen gevoel van eigenwaarde
  • niets te zeggen hebben
  • denken aan de dood, gedachten over zelfdoding
  • slecht slapen of juist veel slapen, vroeg wakker worden
  • minder of juist meer gaan eten
  • minder behoefte aan seks
  • afspraken afzeggen

 

Oorzaken

Over oorzaken van de bipolaire stoornis valt nog weinig te zeggen. Wel zijn extra risico's bekend. Dat wil zeggen: er is meer risico in onderstaande gevallen. De extra risico's hebben te maken met geslacht en leeftijd, met individuele kwetsbaarheid, en met levensgebeurtenissen.

Geslacht en leeftijd

  • De bipolaire stoornis komt even vaak voor bij mannen als bij vrouwen.
  • Bepaalde typen bipolaire stoornis komen iets vaker voor bij vrouwen.

 

Individuele kwetsbaarheid

  • Erfelijkheid speelt zeker een rol, al is het nog niet bekend hoe de kwetsbaarheid wordt doorgegeven. In bepaalde families komt de stoornis vaker voor. De bipolaire stoornis komt vaker voor wanneer 1 van de ouders het heeft. Wanneer een eeneiige tweelingbroer of -zus het heeft, dan heeft de ander 50 tot 70% kans op deze stoornis.
  • Het is niet bekend of drugs, medicijnen en lichamelijke ziektes een rol hebben bij het ontstaan van een bipolaire stoornis. Wel is inmiddels duidelijk dat gebruik van hasj en wiet 5 keer zoveel kans geeft.

 

Omgeving

  • Alleenstaanden hebben vaker een bipolaire stoornis.
  • De bipolaire stoornis komt vaker bij mensen die in de stad wonen.
  • Er is geen verband met opleiding of sociale klasse

 

Levensgebeurtenissen

  • Traumatische jeugdervaringen (waaronder mishandeling en verwaarlozing) maken de kans groter.
  • Mensen met een bipolaire stoornis maken niet meer stressvolle levensgebeurtenissen mee dan anderen.

 

Diagnose

Het is voor de persoon zelf, maar ook voor een arts lastig om een bipolaire stoornis te herkennen. Zes jaar duurt het gemiddeld voordat de diagnose wordt gesteld (gerekend vanaf de eerste episode). 50% van de mensen wacht langer dan 5 jaar voordat een hulpverlener wordt ingeschakeld.
Bovendien, ze zoeken vaak hulp voor andere problemen. Tijdens een manie voelt iemand zich over het algemeen prima en denkt hij niet dat hij ziek is. De verschijnselen kunnen ook zo mild zijn, dat de persoon zelf en direct betrokkenen niet in de gaten hebben dat er sprake is van een ziekte. Het duurt gemiddeld zes jaar voordat de juiste diagnose wordt gesteld.

Vaak wordt de diagnose uiteindelijk gesteld in een crisissituatie; tijdens een manische periode. Een psychiater kan aan de hand van de verschijnselen vaststellen of iemand een bipolaire stoornis heeft. Ook zijn er diverse vragenlijsten om de diagnose vast te stellen.
Naast een psychiatrisch onderzoek is er ook altijd lichamelijk en bloedonderzoek. Duidelijk moet zijn dat de verschijnselen niet komen door drugs, medicijnen of een lichamelijke ziekte.

In een volgende fase van de diagnose wordt de ernst van de bipolaire stoornis vastgesteld. Ook hier zijn diverse vragenlijsten behulpzaam. Sommige vragenlijsten kunnen mensen zelf invullen.
Het verhaal van de partner en naaste familie is belangrijk om het beeld compleet te maken, vooral als iemand in een hypomane periode zit; maar ook om vast te stellen of de stoornis in de familie voorkomt.

 

Adviezen voor cliënt

Zorg dat u goed geïnformeerd bent over de bipolaire stoornis. Zorg er ook voor dat mensen die voor u belangrijk zijn, goed geïnformeerd zijn over de bipolaire stoornis.

Probeer een balans te vinden tussen wat u voorgesteld wordt in de behandeling en keuzes die u zelf wilt maken. Overleg hierover met de behandelaar.

U moet het zelf doen, maar doe het niet alleen. Probeer vrienden, familie en hulpverleners te beschouwen als bondgenoten. Overweeg contact te zoeken met lotgenoten. Omdat zij dezelfde ervaringen hebben, is bij elkaar vaak steun, (h)erkenning en advies te vinden.

Bespreek met de behandelaar en mensen uit uw omgeving bij wie u terecht kunt voor hulp, ook 's avonds en in het weekend.

Zoek samen met de behandelaar, familie en vrienden uit wat er voorafgaat aan een manische of depressieve periode. Schrijf de mogelijke voortekenen op en ga regelmatig na of ze zich voordoen.

Stel eventueel een noodplan op samen met uw behandelaar en familie/vrienden. Daar kunt u in zetten wat er moet gebeuren als u in een manische of depressieve periode zit en u uw eigen situatie niet goed meer kunt inschatten.

Neem de tijd om met uw behandelaar, familie en vrienden uit te zoeken hoe om te gaan met de bipolaire stoornis. De verschijnselen kunnen immers terugkeren. Neem de tijd om uit te vinden of, en welk werk haalbaar is, bijvoorbeeld parttime of fulltime, betaald of vrijwillig. Neem niet te veel hooi op uw vork.

Veel mensen schrikken van iemand met een bipolaire stoornis en reageren afwijzend. Bepaal daarom zelf wat u wel en niet vertelt en aan wie over uw stoornis. Vertel oppervlakkige kennissen een beperkte versie en reserveer het complete verhaal voor mensen die dichtbij staan.

 

Adviezen voor familie en betrokkenen

De bipolaire stoornis brengt een levenslange kwetsbaarheid met zich mee. Dit beïnvloedt niet alleen het leven en de toekomstplannen van de persoon in kwestie, maar ook het leven van direct betrokkenen. Tijdens een manische of depressieve periode maken zij iemand mee die anders is dan normaal. Die bijvoorbeeld sneller ruzie maakt, geld uitgeeft op een onverantwoorde manier, of denkt aan zelfdoding. Verder zijn ze bezorgd over nieuwe periodes van manie of depressie.

  • Zorg dat u actuele, betrouwbare informatie heeft over de bipolaire stoornis en de mogelijke gevolgen.
  • De stemmingswisselingen en het bijbehorende gedrag komen voort uit de stoornis. Betrek de gebeurtenissen niet op uzelf.
  • Het feit dat u de stoornis erkent, betekent niet dat u alles hoeft te accepteren. Bespreek met de persoon in kwestie waar uw grenzen liggen.
  • Vraag waar u iemand wel en niet bij kunt helpen. Probeer een balans te vinden tussen afstand en nabijheid.
  • Gebruik uw energie om actief aan de slag te gaan en te leren omgaan met de situatie. Bijvoorbeeld door samen met uw familielid een cursus over de bipolaire stoornis te volgen.
  • Om overbelasting te voorkomen is het belangrijk af en toe afstand te nemen. Doe uw eigen dingen, en doe die dingen die plezier en ontspanning geven.
  • Zorg ervoor dat u bij enkele mensen in uw omgeving uw hart kunt luchten. Houd ook contact met mensen buiten het gezin.
  • Zoek mensen in vergelijkbare situaties, bijvoorbeeld via de Vereniging Manisch-Depressieven en Betrokkenen (VMDB), of stichting Labyrint~In Perspectief.

 

Het is de taak van de behandelaar om de partner en naaste familie te betrekken bij de behandeling. Direct betrokkenen kunnen veel bijdragen aan een succesvolle behandeling. Daarvoor is uitleg en begeleiding van de behandelaar nodig.
Het kan wel zijn dat uw familielid weigert dat u betrokken wordt bij de behandeling.

  • Vraag de behandelaar hoe u als familie het beste kunt omgaan met de ziekte van uw partner of familielid.
  • Veel instellingen voor geestelijke gezondheidszorg organiseren voorlichtingsbijeenkomsten of cursussen voor familieleden. Vraag er naar.

 

Het komt voor dat iemand geen hulp accepteert of bijvoorbeeld weigert medicijnen te gebruiken. Dat kan leidt voor familieleden tot dilemma's en lastige situaties. Informeer bij de Vereniging Manisch-Depressieven en Betrokkenen (VMDB) of stichting Labyrint/In Perspectief welke oplossingen er zijn of hoe u kunt omgaan met de situatie.

 

Meer informatie

 

Uitgebreidere informatie is te vinden in informatie voor professionals, onder andere over:

  • Onderscheid tussen een manische en hypomanische periode
  • Typen van de bipolaire stoornis
  • Onderscheid met andere stoornissen als depressie, schizofrenie en borderline
  • Vaststellen bipolaire stoornis bij kinderen
  • Verloop van de stoornis
  • Samengaan met andere psychische stoornissen en lichamelijke ziektes
  • Uitgebreid overzicht eerste, tweede, derde keuze medicatie bij manie, depressie en bij onderhoud.
  • Medicatie bij ouderen en jongeren.
  • Gevolgen van de bipolaire stoornis voor cliënten en familie en betrokkenen
  • Literatuurverwijzingen (naar met name wetenschappelijk onderzoek)

 

terug naar de ziektebeelden