Obsessief-compulsieve stoornis
Wat is het?
Mensen met een obsessief-compulsieve stoornis hebben last van steeds terugkerende dwanggedachten en/of dwanghandelingen. Dwanggedachten zijn gedachten die mensen weliswaar zelf hebben, maar die ze wel vreemd en overdreven vinden en ook niet bij hen vinden passen. Het overkomt hun en ze kunnen die gedachten niet voorkomen. Dwanghandelingen zijn zich steeds herhalende dingen die iemand op dezelfde speciale manier doet - moet doen. Alles steeds maar controleren of schoonmaken bijvoorbeeld.
Een ander woord voor obsessief-compulsieve stoornis is dwangstoornis; een ander woord voor dwanggedachte is obsessie; en een ander woord voor dwanghandeling is compulsie.
Mensen met een obsessief-compulsieve stoornis hebben daarnaast vaak andere psychische stoornissen of hebben die in het verleden gehad (depressie, verslavingen, andere angststoornissen, eetstoornissen, tics).
Angststoornissen
Naast de obsessief-compulsieve stoornis zijn er nog andere angststoornissen: paniekstoornis (met en zonder agorafobie), specifieke of enkelvoudige fobie, sociale fobie, gegeneraliseerde angststoornis, de posttraumatische stress-stoornis, en hypochondrie.
Hoe vaak komt het voor?
Van alle volwassen Nederlanders heeft bijna 1% ooit in het leven een obsessief-compulsieve stoornis gehad. Jaarlijks krijgt 0,3% voor het eerst een obsessief-compulsieve stoornis.
Gaat het over?
Het begint gemiddeld op een leeftijd van 24 jaar. Het duurt meestal tientallen jaren: bijna de helft van de mensen heeft het langer dan 30 jaar. In die 30 jaar hebben ze soms wel perioden met minder klachten.
De stoornis duurt langer als iemand het op jonge leeftijd krijgt en last heeft van zowel dwanggedachten als dwanghandelingen.
De symptomen kunnen in de loop van de tijd veranderen. Zo kan iemand met smetvrees later bang worden om ongelukken te veroorzaken, wat gepaard gaat met het controleren van elektrische apparaten.
Verschijnselen
Door een obsessief-compulsieve stoornis hebben mensen last van het volgende.
- Ze hebben dwanggedachten of doen dwanghandelingen. Allebei kan ook.
- Ze weten dat deze dwanggedachten en dwanghandelingen overdreven en niet logisch zijn.
- Daarnaast geeft de dwang veel leed, het kost veel tijd. Werk, relaties en sociale activiteiten, dat komt allemaal flink in de knel.
Mensen willen hun angsten niet alleen uit de weg gaan, ze willen die angsten voorkomen door maar steeds dingen te doen. Dit is typerend voor deze angststoornis.
Dwanggedachten
- Gedachten zijn dwanggedachten als deze telkens terugkomen en hardnekkig in iemands hoofd blijven zitten. Het voelt alsof de dwanggedachten worden opgedrongen. Verder zijn de gedachten zinloos, en mensen worden er angstig van. Het is absoluut niet prettig.
- Dwanggedachten gaan veel verder dan zich gewoon zorgen maken over de dagelijkse dingen.
- Mensen proberen te doen alsof de dwanggedachten er niet zijn, of ze tegen te gaan met andere gedachten of door dingen te gaan doen.
- Mensen weten dat de gedachten uit hun eigen geest komen, en niet op de een of andere manier van buiten.
- De dwanggedachten kunnen gaan over ziektes, vuil, fouten maken met vreselijke afloop, de eigen agressie, over seks, of over god en godsdienst.
Dwanghandelingen
- Dwanghandelingen zijn dingen die mensen steeds maar weer doen, zoals handen wassen, dingen controleren. Mensen met dwanghandelingen kunnen dat ook in hun hoofd doen, bijvoorbeeld dingen tellen of steeds maar bidden. Ze voelen zich gedwongen om het doen, meestal na een dwanggedachte.
- Met de dwanghandelingen willen ze voorkomen dat gebeurt waar ze bang voor zijn. De dingen die ze doen, hebben weinig of niets te maken wat ze willen voorkomen. Denk aan het afkloppen op vers hout om allerlei onheil te voorkomen. Of aan dingen heel vaak doen, zoals tientallen keren de handen wassen om te voorkomen dat ze een besmettelijke ziekte krijgen..
- Er zijn verschillende soorten dwanghandelingen: controleren, schoonmaken en wassen, dingen symmetrisch neerzetten, ordenen, overmatig bidden, hamsteren of verzamelen.
Oorzaken
Over oorzaken van de obsessief-compulsieve stoornis valt nog weinig te zeggen. Wel zijn extra risico's bekend. Dat wil zeggen: er is meer risico in onderstaande gevallen. De extra risico's hebben te maken met geslacht en leeftijd, met individuele kwetsbaarheid, met de omgeving, en met levensgebeurtenissen.
Geslacht en leeftijd
- Nederlandse mannen en vrouwen hebben het even vaak.
- Jongeren van 18 tot 24 hebben meer kans dan oudere mensen.
Individuele kwetsbaarheid
- Het lijkt erop dat het erfelijk is. Dit geldt vooral voor mensen die dwanggedachten hebben.
- Kinderen met een lagere intelligentie hebben later vaker een obsessief-compulsieve stoornis.
Omgeving
- Bij mensen zonder werk, of die gescheiden zijn, en mensen uit lagere sociaal-economische klassen komt het vaker voor.
Levensgebeurtenissen
- Een belangrijke levensgebeurtenis kan de stoornis uitlokken, bijvoorbeeld zwangerschap of echtscheiding.
Diagnose
Meestal gaan mensen met hun (angst)klachten naar de huisarts. Die stelt vragen om te kijken naar oorzaken, hoeveel last iemand ervan heeft, of er geen lichamelijke ziektes zijn, en of iemand nog last heeft van andere psychische stoornissen. Mensen met een angststoornis hebben bijvoorbeeld ook vaak last van een depressie. Als iemand ook een depressie heeft, dan wordt de behandeling anders.
Om te kijken of iemand een angststoornis heeft, zijn kortere of langere vragenlijsten gemaakt. Sommige mensen vinden het makkelijker een lijst met vragen in te vullen dan erover te praten.
Adviezen voor cliënt
Mensen met een obsessief-compulsieve stoornis functioneren slechter, vooral op het sociale vlak. Voor werk en school heeft dit grote gevolgen.
- Zorg dat u genoeg weet over obsessief-compulsieve stoornis. Zorg er ook voor dat mensen die voor u belangrijk zijn, genoeg weten over de obsessief-compulsieve stoornis.
- U moet weliswaar zelf uw obsessief-compulsieve stoornis aanpakken, maar vrienden, familie en hulpverleners kunnen u daar goed bij helpen. De Angst, Dwang en Fobie Stichting organiseert lotgenotencontact.
- Voor lichte tot matige angstklachten zijn er cursussen voor jongeren, volwassenen en ouderen: Angst de baas en Geen paniek. Zoek in uw omgeving waar de cursus wordt gegeven. Ook de Angst, Dwang en Fobie Stichting geeft diverse trainingen.
- Neem de tijd om met uw behandelaar, familie en vrienden uit te zoeken hoe om te gaan met obsessief-compulsieve stoornis. Neem de tijd om uit te vinden of, en welk werk haalbaar is, bijvoorbeeld parttime of fulltime, betaald of vrijwillig. Neem niet te veel hooi op uw vork.
- Zorg voor structuur in uw dagen. Soms geeft de behandeling die al, en anders kan dat door sport of (vrijwilligers)werk.
- Veel mensen schrikken van iemand met psychische klachten en reageren afwijzend. Bepaal daarom zelf wat u wel en niet vertelt en aan wie. Vertel oppervlakkige kennissen een beperkte versie en reserveer het complete verhaal voor mensen die dichtbij staan.
Adviezen voor familie en betrokkenen
Voor de gezinsleden zijn mensen met obsessief-compulsieve stoornis een zware belasting, vooral als ze een was- of poetsdwang hebben. In dat geval eisen ze dat de gezinsleden ook bepaalde gaan dingen doen, juist niet doen of uit de weg gaan. Vaak gaan huisgenoten hun sociale activiteiten verminderen, bijvoorbeeld minder mensen thuis uitnodigen, omdat die het huis anders besmetten.
Daar komen vaak nog praktische taken bij die worden overgenomen van de persoon met de obsessief-compulsieve stoornis.
- Zorg dat u genoeg weet over de obsessief-compulsieve stoornis en de mogelijke gevolgen.
- Vraag waar u iemand wel en niet bij kunt helpen. Soms moet u betrokken zijn, soms is het goed om juist afstand te nemen. Maak duidelijk waar uw grenzen liggen. Neem niet alles over.
- Gebruik uw energie om actief aan de slag te gaan en te leren omgaan met de situatie. Bijvoorbeeld door samen met uw familielid een cursus over obsessief-compulsieve stoornis of angststoornissen in het algemeen te volgen. De Angst, Dwang en Fobie Stichting organiseert een speciale cursus voor familie en betrokkenen.
- Doe uw eigen dingen, en doe die dingen die plezier en ontspanning geven. Dit voorkomt dat u zelf overbelast raakt.
- Vooral een huisgenoot met een schoonmaak- en poetsdwang zorgt er nogal eens voor dat er minder mensen uitgenodigd worden. Zorg ervoor dat u zelf uw hart kunt luchten bij enkele mensen in uw omgeving. Houd ook contact met mensen buiten het gezin.
- Zoek mensen in vergelijkbare situaties, bijvoorbeeld via de Angst, Dwang en Fobie Stichting of stichting Labyrint/In Perspectief.
Behandelaars moeten de partner en naaste familie betrekken bij de behandeling. Direct betrokkenen kunnen immers veel bijdragen aan een succesvolle behandeling, maar daarvoor is uitleg en begeleiding van de behandelaar nodig.
Het kan wel zijn dat uw familielid weigert dat u betrokken wordt bij de behandeling.
- Vraag de behandelaar hoe u als familie het beste kunt omgaan met de stoornis van uw partner of familielid.
- Veel instellingen voor geestelijke gezondheidszorg organiseren voorlichtingsbijeenkomsten of cursussen voor familieleden. Vraag er naar.
Het komt voor dat iemand geen hulp wil. Dat leidt voor familieleden tot dilemma's en lastige situaties. Informeer bij de Angst, Dwang en Fobie Stichting of stichting Labyrint/In Perspectief welke oplossingen er zijn of hoe u kunt omgaan met de situatie.
Meer informatie
- De huisarts kan meer informatie geven over de obsessief-compulsieve stoornis en eventueel doorverwijzen.
- Angst Dwang en Fobie Stichting voor mensen met angststoornissen en hun familieden
- Labyrint~In Perspectief voor familieden van mensen met een psychische stoornis
- Nederlandse Vereniging voor Psychotherapie, over psychologische behandelingen/psychotherapie
- Trimbos-instituut geeft links voor meer sites op het gebied van geestelijke gezondheidszorg
Uitgebreidere informatie in de rubriek Informatie voor professionals; onder andere over:
- Verloop van de obsessief-compulsieve stoornis
- Samengaan met andere psychische en lichamelijke stoornissen
- Gevolgen van obsessief-compulsieve stoornis, maatschappelijk en voor de kwaliteit van leven
- Literatuurverwijzingen (van met name wetenschappelijk onderzoek)
Elke behandelaar in de geestelijke gezondheidszorg moet werken volgens de Multidisciplinaire Richtlijn Angststoornissen. De Richtlijn is gemaakt voor professionals, evenals de samenvatting. Daarnaast is er een patiëntenversie gemaakt. Hierin is meer en uitgebreidere informatie te vinden over onder andere:
- Verschillende angststoornissen
- Behandelmogelijkheden
- Samen met de behandelaar beslissen over behandeling
- Psychologische behandeling en behandeling met medicijnen
- Aanvullende behandeling: zelfhulp, alternatieve behandelingen en ondersteunende behandelingen
- Omgaan met een angststoornis, voor cliënten en familie
- Praktische informatie over adressen en wetgeving


