Paniekstoornis
Wat is het?
Bij een paniekstoornis heeft iemand meerdere paniekaanvallen. Dan heeft hij onverwacht een grote angst, zonder dat daar een directe aanleiding voor is. Het gebeurt gewoon. Hij heeft tegelijkertijd bijvoorbeeld last van hartkloppingen, zweten, opvliegers, koude rillingen, trillen of duizeligheid.
Mensen met een paniekstoornis hebben veel meer kans om ook nog een depressie te krijgen, andere angststoornissen (vooral de obsessief-compulsieve of dwangstoornis) of verslavingsproblemen.
Angststoornissen
Naast de paniekstoornis zijn er nog andere angststoornissen: specifieke of enkelvoudige fobie, sociale fobie, obsessief-compulsieve stoornis of dwangstoornis, gegeneraliseerde angststoornis, de posttraumatische stress-stoornis, en hypochondrie.
Met en zonder agorafobie
De helft van de mensen met een paniekstoornis heeft ook last van agorafobie. In dat geval gaat iemand bepaalde situaties of plaatsen uit de weg, omdat hij bang is voor een nieuwe aanval: grote groepen mensen bijvoorbeeld. Of hij gaat niet naar plaatsen waar hij niet snel weg kan komen: in de trein, de bus of het vliegtuig. Ook bruggen, tunnels of plaatsen ver van huis gaat zo iemand vermijden.
Agorafobie werd vroeger ook wel pleinvrees, straatvrees, ruimtevrees of engtevrees genoemd.
Gaat het over?
De paniekstoornis begint gemiddeld bij vrouwen als ze 25 jaar zijn; bij mannen op hun 28e.
De paniekklachten worden vaak erger, en dat erger worden kan ook nog eens snel gaan. De meesten hebben binnen 1 jaar na de eerste paniekaanval steeds meer klachten. De helft van de mensen krijgt een paniekstoornis binnen 2 jaar na de eerste paniekaanval.
Na een tijdje kunnen de aanvallen minder vaak gaan voorkomen, zelfs ophouden, maar de kans op terugkeer is groot. Slechts 30 tot 50% herstelt van de paniekstoornis, na zes of zeven jaar.
Ze hebben dan 1 jaar geen paniekklachten meer gehad, maar het wil niet zeggen dat ze weer helemaal goed functioneren en dezelfde kwaliteit van leven terug hebben.
Hoe vaak komt de paniekstoornis voor?
Van alle volwassen Nederlanders tot 65 jaar heeft 3,8% ooit in hun leven een paniekstoornis gehad. Er is geen verschil tussen jongvolwassenen en volwassenen. Het aantal nieuwe gevallen per jaar is 0,8%.
Verschijnselen
Een paniekaanval heeft iemand minstens 4 van de volgende verschijnselen.
- Hartkloppingen
- Zweten
- Opvliegers of koude rillingen
- Trillen of beven
- Duizeligheid
- Ademnood
- Pijn op de borst
- Misselijkheid of buikklachten
- Gevoel van onwerkelijkheid of los van zich zelf te staan
- Angst om gek te worden of de zelfbeheersing te verliezen
- De angst om dood te gaan
- Verdoofde of tintelende gevoelens
Bij een paniekstoornis heeft iemand meerdere paniekaanvallen zonder duidelijke reden, en minstens nog een maand na een aanval heeft hij last van het volgende:
- Hij is steeds maar ongerust over het krijgen van een volgende aanval.
- Hij is bezorgd over de gevolgen van een aanval.
- Hij is zich anders gaan gedragen, bijvoorbeeld het vermijden van bepaalde plaatsen en situaties.
Oorzaken
Over oorzaken van de paniekstoornis valt nog weinig te zeggen. Wel zijn extra risico's bekend. Dat wil zeggen: er is meer risico in onderstaande gevallen. De extra risico's hebben te maken met geslacht en leeftijd, met individuele kwetsbaarheid, met de omgeving, en met levensgebeurtenissen.
Geslacht en leeftijd
- Vrouwen hebben 1,5 tot 3 keer zo vaak een paniekstoornis.
- Ook de paniekstoornis met agorafobie komt vaker voor bij vrouwen.
- Vrouwen hebben vaker moeite met ademhaling als ze een paniekstoornis hebben.
- De stoornis komt op alle leeftijden even vaak voor.
- Vanaf 65 jaar komt de paniekstoornis minder vaak voor.
Individuele kwetsbaarheid
- Erfelijkheid speelt zeker een rol. Komt paniekstoornis in de familie voor, dan is de kans groter het te krijgen.
Wat precies de erfelijkheid inhoudt is nog onduidelijk. Twee dingen lijken hier een rol te spelen:
- angst voor onbekende situaties en mensen, en de neiging daarop te reageren met angst, verlegenheid en dingen uit de weg gaan;
- de neiging om verschijnselen van angst, zoals hartkloppingen, als gevaarlijk te zien. Wie deze neiging heeft is vaker banger voor bepaalde lichamelijke verschijnselen.
Hierdoor raken deze mensen gevangen in een cirkel. Hartkloppingen of duizeligheid bijvoorbeeld worden als gevaarlijk gezien. Daardoor worden ze bang, en daardoor ontstaan dan weer hartkloppingen en duizeligheid, enzovoort, enzovoort.
Omgeving
- Het lijkt erop dat weduwen, weduwnaren, gescheiden mensen en mensen met een lage opleiding het vaker hebben.
- Het is nog de vraag of de status van iemands werk, zijn inkomen of de woonplaats (stad of platteland) een rol spelen.
- Het is ook nog niet duidelijk of er een verband is met ras of etnische afkomst.
Levensgebeurtenissen
- Sommige gebeurtenissen in de jeugd maken de kans groter. Zo komt seksueel misbruik vaker voor bij mensen met een paniekstoornis. Zij zien hun eigen opvoeding als meer controlerend en minder warm. Vaker is in hun jeugd ook angst aanwezig. Nu zijn deze situaties ook vaak te zien bij andere psychische stoornissen - het zegt dus minder over het ontstaan van alleen de paniekstoornis.
- Paniekstoornis komt vaak na een belangrijke, stressvolle levensgebeurtenis, Bijvoorbeeld verlies van iets of iemand (werk, huis, gezondheid, partner, kind). Dit werkt vooral zo bij vrouwen.
Diagnose
Mensen met een paniekstoornis zoeken vaker en sneller hulp (zeker als ze daarnaast ook agorafobie hebben) dan mensen met andere psychische stoornissen, maar hun klachten worden lang niet altijd goed herkend. Ook zoeken ze nogal eens hulp op de verkeerde plek (bijvoorbeeld op de Spoedeisende Hulp van een ziekenhuis). Hun hevige lichamelijke klachten (hartkloppingen, zweten) zetten vervolgens specialisten of medewerkers van Spoedeisende Hulp in het ziekenhuis nogal eens op het verkeerde been.
Als het wel goed gaat, wordt er gekeken naar oorzaken, hoeveel last iemand ervan heeft, of er geen lichamelijke ziektes zijn, en of iemand nog last heeft van andere psychische stoornissen. Mensen met een paniekstoornis hebben ook vaak last van een depressie. Als iemand ook een depressie heeft, dan wordt de behandeling anders. Dit geldt ook als iemand een paniekstoornis met agorafobie heeft.
Om te kijken of iemand een angststoornis heeft, zijn kortere of langere vragenlijsten gemaakt. Sommige mensen vinden het makkelijker een lijst met vragen in te vullen dan erover te praten.
Adviezen voor cliënt
Een paniekstoornis heeft veel invloed op het dagelijks leven, ook tussen de aanvallen in. Mensen met een paniekstoornis vinden dat ze minder gezond zijn dan anderen. Ook het werk gaat ze minder goed af. Ze hebben meer kans om arbeidsongeschikt te worden dan mensen met een andere psychische stoornis en ze kunnen minder werk aan. Of ze ook minder verzuimen is niet aangetoond.
- Zorg dat u genoeg weet over de paniekstoornis. Zorg er ook voor dat mensen die voor u belangrijk zijn, er genoeg over weten.
- U moet weliswaar zelf uw paniekstoornis aanpakken, maar vrienden, familie en hulpverleners kunnen u daar goed bij helpen. De Angst, Dwang en Fobie Stichting organiseert lotgenotencontact.
- Voor lichte tot matige angstklachten zijn er cursussen voor jongeren, volwassenen en ouderen: Angst de baas en Geen paniek. Zoek in uw omgeving waar de cursus wordt gegeven. Ook de Angst, Dwang en Fobie Stichting geeft diverse trainingen.
- Neem de tijd om met uw behandelaar, familie en vrienden uit te zoeken hoe om te gaan met de paniekstoornis. Neem ook de tijd om uit te vinden of, en welk werk haalbaar is, bijvoorbeeld parttime of fulltime, betaald of vrijwillig. Neem niet te veel hooi op uw vork.
- Zorg voor structuur in uw dagen. Soms geeft de behandeling die al, en anders kan dat door sport of (vrijwilligers)werk.
- Veel mensen schrikken van iemand met psychische klachten en reageren afwijzend. Bepaal daarom zelf wat u wel en niet vertelt en aan wie. Vertel oppervlakkige kennissen een beperkte versie en reserveer het complete verhaal voor mensen die dichtbij staan.
Adviezen voor familie en betrokkenen
Leven met iemand met een paniekstoornis is voor familie en betrokkenen vaak een psychische belasting. Daar komen vaak nog praktische taken bij die worden overgenomen van de persoon met de paniekstoornis.
- Zorg dat u genoeg weet over de paniekstoornis en de mogelijke gevolgen.
- Vraag waar u iemand wel en niet bij kunt helpen. Soms moet u betrokken zijn, soms is het goed om juist afstand te nemen. Bespreek met de persoon in kwestie waar uw grenzen liggen. Neem niet alles over. Ga bijvoorbeeld niet te ver mee in alle dingen die het familielid uit de weg wil gaan.
- Gebruik uw energie om actief aan de slag te gaan en te leren omgaan met de situatie. Bijvoorbeeld door samen met uw familielid een cursus over de angststoornissen of paniekstoornis te volgen. De Angst, Dwang en Fobie Stichting organiseert een speciale cursus voor familie en betrokkenen.
- Doe uw eigen dingen, en doe die dingen die plezier en ontspanning geven. Dit voorkomt dat u zelf overbelast raakt.
- Zorg ervoor dat u zelf uw hart kunt luchten bij enkele mensen in uw omgeving. Houd ook contact met mensen buiten het gezin.
- Zoek mensen in vergelijkbare situaties, bijvoorbeeld via de Angst, Dwang en Fobie Stichting of stichting Labyrint/In Perspectief.
Behandelaars moeten de partner en naaste familie betrekken bij de behandeling. Direct betrokkenen kunnen immers veel bijdragen aan een succesvolle behandeling, maar daarvoor is uitleg en begeleiding van de behandelaar nodig.
Het kan wel zijn dat uw familielid weigert dat u betrokken wordt bij de behandeling.
- Vraag de behandelaar hoe u als familie het beste kunt omgaan met de stoornis van uw partner of familielid.
- Veel instellingen voor geestelijke gezondheidszorg organiseren voorlichtingsbijeenkomsten of cursussen voor familieleden. Vraag ernaar.
Het komt voor dat iemand geen hulp accepteert of bijvoorbeeld weigert medicijnen te gebruiken. Dat leidt voor familieleden tot dilemma's en lastige situaties. Informeer bij de Angst, Dwang en Fobie Stichting of stichting Labyrint/In Perspectief welke oplossingen er zijn of hoe u kunt omgaan met de situatie.
Meer informatie
- De huisarts kan meer informatie geven over de paniekstoornis en eventueel doorverwijzen.
- Angst Dwang en Fobie Stichting voor mensen met angststoornissen en hun familieden
- Labyrint~In Perspectief voor familieden van mensen met een psychische stoornis
- Nederlandse Vereniging voor Psychotherapie, over psychologische behandelingen/psychotherapie
- Trimbos-instituut geeft links voor meer sites op het gebied van geestelijke gezondheidszorg
Uitgebreidere informatie in de rubriek Informatie voor professionals; onder andere over:
- Onderscheid met andere stoornissen
- Samengaan met andere psychische en lichamelijke stoornissen
- Gevolgen van paniekstoornis, maatschappelijk en voor de kwaliteit van leven
- Vragenlijsten die gebruikt worden bij het vaststellen van paniekstoornis
- Vormen van paniekmanagement
- Medicijnen
- Literatuurverwijzingen (van met name wetenschappelijk onderzoek)
Elke behandelaar in de geestelijke gezondheidszorg moet werken volgens de Multidisciplinaire Richtlijn Angststoornissen. De Richtlijn is gemaakt voor professionals, evenals de samenvatting. Daarnaast is er een patiëntenversie gemaakt. Hierin is meer en uitgebreidere informatie te vinden over onder andere:
- Verschillende angststoornissen
- Behandelmogelijkheden
- Samen met de behandelaar beslissen over behandeling
- Psychologische behandeling en behandeling met medicijnen
- Aanvullende behandeling: zelfhulp, alternatieve behandelingen en ondersteunende behandelingen
- Omgaan met een angststoornis, voor cliënten en familie
- Praktische informatie over adressen en wetgeving


