Sociale fobie
Wat is het?
Mensen met een sociale fobie zijn bang voor situaties waarin ze kritisch beoordeeld kunnen worden door anderen; of ze zijn bang zichzelf belachelijk te maken. Ze zijn bang om bijvoorbeeld te blozen, te trillen of te gaan zweten.
De angsten en het vermijden van sociale situatie belemmeren mensen sterk in het doen van de dagelijkse dingen, bijvoorbeeld werk, en in al die dingen waarbij ze contact hebben met andere mensen.
Ze kunnen bang zijn voor één enkele situatie (de enkelvoudige fobie), of voor veel sociale situaties (de gegeneraliseerde sociale fobie).
Angststoornissen
Naast de sociale fobie zijn er nog andere angststoornissen: paniekstoornis (met en zonder agorafobie), specifieke of enkelvoudige fobie, obsessief-compulsieve stoornis of dwangstoornis, gegeneraliseerde angststoornis, de posttraumatische stress-stoornis, en hypochondrie.
Hoe vaak komt de sociale fobie voor?
Van alle volwassen Nederlanders tot 65 jaar heeft 5% nog onlangs een sociale fobie gehad en 8% ooit in zijn leven. Bij jongvolwassenen (18 tot 25 jaar) komt de sociale fobie even vaak voor. Grofweg betekent dit: wonen er in een straat 100 volwassenen, dan is de kans aanwezig dat er 5 wonen met sociale fobie.
Gaat een sociale fobie over?
Mannen krijgen gemiddeld een sociale fobie als ze 19 jaar zijn; vrouwen als ze 20 zijn. Maar het komt ook voor onder kinderen en jongvolwassenen.
Een sociale fobie duurt meestal tientallen jaren. Zo'n fobie duurt langer als iemand:
- op jonge leeftijd een sociale fobie krijgt
- last van de fobie heeft in meerdere situaties
- als kind in een grote stad woonde
- als kind mishandeld werd
- andere psychische stoornissen heeft
Verschijnselen
Iemand heeft een sociale fobie als hij de volgende dingen heeft.
- Hij heeft grote angst om in het gezelschap van anderen te zijn, zonder dat daar een logische reden voor is; en als hij daar een prestatie moet doen.
- Hij is in die situatie bang om negatief beoordeeld te worden. Hij kan ook weer bang worden voor zijn eigen reactie: verlegen worden, blozen, trillen, zweten. Dan wordt er ook wel gesproken van bloosangst, trilangst of zweetangst.
- Hij gaat de gevreesde sociale situatie vermijden. Kan dat niet, dan heeft hij grote angsten.
Oorzaken
Over oorzaken van sociale fobie valt nog weinig te zeggen. Wel zijn extra risico's bekend. Dat wil zeggen: er is meer risico in onderstaande gevallen. De extra risico's hebben te maken met geslacht en leeftijd, met individuele kwetsbaarheid, met de omgeving, en met levensgebeurtenissen.
Geslacht en leeftijd
- Vrouwen hebben 1,5 keer meer kans op een sociale fobie dan mannen.
Individuele kwetsbaarheid
- Het lijkt erop dat sociale fobie erfelijk is.
- Bij kinderen kunnen normale angsten uitgroeien tot een sociale fobie, als in de puberteit de eisen vanuit de omgeving groter worden.
Omgeving
De volgende mensen hebben vaker een sociale fobie.
- Mensen met een lage opleiding.
- Mensen die alleen wonen.
- Mensen die geen werk hebben.
- Mensen met weinig steun in hun omgeving.
Levensgebeurtenissen
- Mensen die vernederende, sociale gebeurtenissen meemaken, hebben vaker een sociale fobie. Dit kan ook door minder dramatische gebeurtenissen, maar die steeds weer gebeuren.
- Seksueel geweld door een bekende in de vroege kindertijd geeft flinke kans op een sociale fobie.
Diagnose
Meestal gaan mensen met hun (angst)klachten naar de huisarts. Die stelt vragen om te kijken naar oorzaken, hoeveel last iemand ervan heeft, of er geen lichamelijke ziektes zijn, en of iemand nog last heeft van andere psychische stoornissen. Mensen met een angststoornis hebben bijvoorbeeld ook vaak last van een depressie. Als iemand een depressie heeft, dan wordt de behandeling anders.
Om te kijken of iemand een angststoornis heeft, zijn kortere of langere vragenlijsten gemaakt. Sommige mensen vinden het makkelijker een lijst met vragen in te vullen dan erover te praten.
Adviezen voor cliënt
Mensen met een sociale fobie vinden dat ze minder gezond en minder vitaal zijn.
Ze vermijden allerlei situaties en zijn handig geworden in allerlei trucs om niet in zulke situaties terecht te komen.
- Zorg dat u genoeg weet over de sociale fobie. Zorg er ook voor dat mensen die voor u belangrijk zijn, genoeg weten over de sociale fobie.
- U moet weliswaar zelf uw sociale fobie aanpakken, maar vrienden, familie en hulpverleners kunnen u daar goed bij helpen. De Angst, Dwang en Fobie Stichting organiseert lotgenotencontact.
- Voor lichte tot matige angstklachten zijn er cursussen voor jongeren, volwassenen en ouderen: Angst de baas en Geen paniek. Zoek in uw omgeving waar de cursus wordt gegeven. Ook de Angst, Dwang en Fobie Stichting geeft diverse trainingen.
- Neem de tijd om met uw behandelaar, familie en vrienden uit te zoeken hoe om te gaan met de sociale fobie. Neem de tijd om uit te vinden of, en welk werk haalbaar is, bijvoorbeeld parttime of fulltime, betaald of vrijwillig. Neem niet te veel hooi op uw vork.
- Zorg voor structuur in uw dagen. Soms geeft de behandeling die al, en anders kan dat door sport of (vrijwilligers)werk.
- Veel mensen schrikken van iemand met psychische klachten en reageren afwijzend. Bepaal daarom zelf wat u wel en niet vertelt en aan wie. Vertel oppervlakkige kennissen een beperkte versie en reserveer het complete verhaal voor mensen die dichtbij staan.
Adviezen voor familie en betrokkenen
Leven met iemand met een angststoornis is voor familie en betrokkenen vaak een psychische belasting. Daar komen vaak nog praktische taken bij die worden overgenomen van de persoon met de angststoornis.
- Zorg dat u genoeg weet over de sociale fobie en de mogelijke gevolgen.
- Vraag waar u iemand wel en niet bij kunt helpen. Soms moet u betrokken zijn, soms is het goed om juist afstand te nemen. Maak duidelijk waar uw grenzen liggen. Neem niet alles over.
- Gebruik uw energie om actief aan de slag te gaan en te leren omgaan met de situatie. Bijvoorbeeld door samen met uw familielid een cursus over de sociale fobie of angststoornissen in het algemeen te volgen. De Angst, Dwang en Fobie Stichting organiseert een speciale cursus voor familie en betrokkenen.
- Doe uw eigen dingen, en doe de dingen die plezier en ontspanning geven. Dit voorkomt dat u zelf overbelast raakt.
- Een huisgenoot met een sociale fobie voor meerdere situaties maakt dat sociale situaties uit de weg worden gegaan. Zorg ervoor dat u bij enkele mensen in uw omgeving uw hart kunt luchten. Houd ook contact met mensen buiten het gezin.
- Zoek mensen in vergelijkbare situaties, bijvoorbeeld via de Angst, Dwang en Fobie Stichting of stichting Labyrint/In Perspectief.
Behandelaars moeten de partner en naaste familie betrekken bij de behandeling. Direct betrokkenen kunnen immers veel bijdragen aan een succesvolle behandeling, maar daarvoor is uitleg en begeleiding van de behandelaar nodig.
Het kan wel zijn dat uw familielid weigert dat u betrokken wordt bij de behandeling.
- Vraag de behandelaar hoe u als familie het beste kunt omgaan met de sociale fobie van uw partner of familielid.
- Veel instellingen voor geestelijke gezondheidszorg organiseren voorlichtingsbijeenkomsten of cursussen voor familieleden. Vraag ernaar.
Het komt voor dat iemand geen hulp wil. Dat leidt voor familieleden tot dilemma's en lastige situaties. Informeer bij de Angst, Dwang en Fobie Stichting of stichting Labyrint/In Perspectief welke oplossingen er zijn of hoe u kunt omgaan met de situatie.
Meer informatie
- De huisarts kan meer informatie geven over de sociale fobie en eventueel doorverwijzen.
- Angst Dwang en Fobie Stichting voor mensen met angststoornissen en hun familieden
- Labyrint~In Perspectief voor familieden van mensen met een psychische stoornis
- Nederlandse Vereniging voor Psychotherapie, over psychologische behandelingen/psychotherapie
- Trimbos-instituut geeft links voor meer sites op het gebied van geestelijke gezondheidszorg
Uitgebreidere informatie in de rubriek Informatie voor professionals; onder andere over:
- Typen sociale fobie
- Onderscheid met andere psychische stoornissen
- Samengaan met andere stoornissen
- Gevolgen van sociale fobie, maatschappelijk en voor de kwaliteit van leven
- Literatuurverwijzingen (van met name wetenschappelijk onderzoek)
Elke behandelaar in de geestelijke gezondheidszorg moet werken volgens de Multidisciplinaire Richtlijn Angststoornissen. De Richtlijn is gemaakt voor professionals, evenals de samenvatting. Daarnaast is er een patiëntenversie gemaakt. Hierin is meer en uitgebreidere informatie te vinden over onder andere:
- Verschillende angststoornissen
- Behandelmogelijkheden
- Samen met de behandelaar beslissen over behandeling
- Psychologische behandeling en behandeling met medicijnen
- Aanvullende behandeling: zelfhulp, alternatieve behandelingen en ondersteunende behandelingen
- Omgaan met een angststoornis, voor cliënten en familie
- Praktische informatie over adressen en wetgeving


